Een DutchMQG-lid stelt zich voor: Rianne

Zolang ik me kan herinneren, ben ik al bezig met lapjes, wol, draadjes, eigenlijk alles wat met textiel te maken heeft. Als klein meisje zat ik op de tafel, achter de naaimachine van mijn moeder, te kijken wat ze aan het doen was en te hopen dat ze iets fout deed, want dan mocht ik het uithalen. En natuurlijk ook te wachten tot er stukjes stof over bleven waar ik dan met naald en draad kleertjes voor de poppen voor maakte. Op mijn negende of tiende verjaardag moest ik bij een tante van mijn moeder komen, die woonde een paar huizen verderop. Ik kreeg van haar mijn allereerste naaimachine, een hand-naaimachine, zwart met gouden krullen er op. Wat was ik blij! Nu kon ik de kleertjes voor de pop met mijn eigen naaimachine maken. Een paar jaar later kreeg ik de oude machine van mijn moeder, toen zij
een nieuwe kocht en begon ik mijn eigen kleding te ontwerpen en naaien, vaak van reststoffen, want geld om mooie nieuwe stoffen te kopen had ik niet. Helaas is het er nooit van gekomen om naar de mode-academie te gaan, mijn ouders vonden het beter dat ik een “echt” beroep leerde. Toen onze eerste dochter werd geboren in 1994, wilde ik graag een quilt maken voor haar en volgde ik een basiscursus, waarbij vooral met de hand gewerkt werd. Omdat ik ook toen al eerder een “piecer” dan een “quilter” was, en ook omdat ik het met de hand moest quilten, is die quilt nooit helemaal afgekomen. Daarna volgde ik nog een aantal cursussen en leerde vooral veel machine-technieken.

Toen onze jongste dochter bijna 4 was, kreeg ik een baan als demonstratrice bij een van de naaimachine-importeurs en kon daarmee van mijn hobby, mijn werk maken. Mijn werk breidde zich steeds verder uit, tot een full-time baan waarin ik vooral les gaf aan naaimachine winkeliers en de product-ondersteuning deed. Later ben ik ook de verkoop gaan doen en vanaf 2007 tot begin dit jaar, had ik de leiding over de Nederlands/Belgische dochteronderneming. Door deze drukke baan, was ik in die tijd vooral beroepsmatig bezig met naaimachines en quilten, waarbij mijn opgedane kennis heel goed van pas kwam. Tot ik in 2015 voor mijn werk op het Festival of Quilts in Birmingham was en het weer heel erg begon te kriebelen, vooral toen ik de moderne quilts ontdekte. Dat was het wat mij betreft helemaal. Ik was op slag verkocht! Ik kocht een jelly-roll met het idee dat het me dan zou lukken om in mijn schaarse vrije tijd weer een keer achter de naaimachine te gaan zitten en een quilt te maken. Tot op dit moment is het alleen nog een top 😉 . Maar het was wel het begin van een hele reeks tops en zelfs een paar quilts die helemaal af zijn. “First Snow” heb ik op de longarm machine op mijn werk gequilt. De Quiltpolitie zal er ongetwijfeld een heleboel op aan te merken hebben, maar ik was er ontzettend trots op.

De kleine quilt “Love will chase away the blues” heb ik met rechte lijnen en de boventransportvoet  gequilt en dat vond ik veel meer bij mij passen.

Toen onze eerste kleinzoon in 2016 werd geboren kon ik me helemaal uitleven op een boxkleed en ben ik begonnen aan een quilt voor hem die al gedeeltelijk gequilt is.


Tussendoor heb ik met het Dutch MQG nog de tops voor de charityquilts voor Orlando en Manchester aan elkaar gezet en onlangs nog blokjes gemaakt voor de charityquilt voor Quiltcon 2019.

Het project waar ik op dit moment het meeste mee bezig ben is de “100 blocks”-quilt van Tula Pink.

En tussendoor met een aantal andere grotere en kleinere projecten en heb ik ook altijd een breiwerkje op de pennen. Op dit moment heb ik nog heerlijk veel tijd om daar mee bezig te zijn. Binnenkort ga ik weer aan het werk en zal ik weer beroepsmatig bezig zijn met naaimachines, quilten, stoffen, wol en van alles wat daarmee te maken heeft. Het wordt mijn eigen bedrijf, dus ongetwijfeld druk en lange dagen, maar heerlijk om bezig te zijn met de dingen waar ik zo ontzettend blij van word. En ik weet zeker dat ik ook dan in mijn vrije tijd nog bezig zal blijven met quilten. Ik heb nog zoveel op mijn “wil-ik-ooit-maken-lijstje” staan. En ook al komt het niet altijd allemaal af, ik geniet er in ieder geval van.

Happy Quilting!

Quiltboek van de maand: oktober

geschreven door Inghelhoe

Voor de Handwerk- en Quiltdagen, 15-17 november in Den Bosch staat in de recente nieuwsbrief van ons
gilde een oproep om ‘reutefleut’ aan te leveren. Een echte geuzennaam voor die kleinere items (Francis kwam als eerste met dit woord. red. ), meestal gebruiksvoorwerpen, van quiltsstoffen. Kun je dus ook Zakka noemen, terugdenkend aan het thema Japan.
Voor wie mij op Instagram volgt, komt het niet als verrassing, maar ik ben gek op reutefleut. Het liefst maak ik na een grote quilt van alle overgebleven lapjes iets…een etui, een onderzetter, een pannenlap, een tasje, een e-readercover, enz, enz. Afgelopen maand heb ik mezelf verwend met het boek 50 Little Gifts, vol met patronen voor reutefleut.


50 LITTLE GIFTS, Easy Patchwork Projects to Give or Swap – Susanne Woods
Susanne Woods, de dame die alle patronen heeft verzameld en een groot deel zelf heeft geschreven, is gek om het maken van snelle, grappige, lieve en handige cadeautjes voor vrienden en familie. Online vind je ongelooflijk veel (gratis) patronen en tutorials, en als je handig/slim bent, dan hou je precies bij, waar je welk patroon vond. Dit boek is er voor mensen zoals ik, geen zin om te googelen en/of te surfen op internet. Alles verzameld in 1 handig boek. Dat betekent dus ook, dat veel van de patronen gratis te vinden zijn op sites of blogs, misschien maakt dat dat je dan het geld liever uitgeeft aan een ander boek. Aan dit boek heeft een aantal van mijn favoriete quilters/naaisters een bijdrage geleverd: Jeni Baker, Heidi Staples (heeft zelf ook een gaaf boek geschreven met reutefleut: Sew Organized for the Busy Girl), Svetlana Sotak, Anna Graham (@noodlehead531), (schrijfster van het mooie boek Handmade Style), en nog vele anderen.


Opbouw van het boek
Na een korte uitleg over borduursteekjes begint het boek gelijk met het eerste patroon voor een eenvoudig etui met rits. Zowel het inzetten van de rits als het ‘boxen van de corners’ staat duidelijk met tekeningetjes uitgelegd. De patroondelen, die je kunt kopiëren, staan allemaal achterin het boek. Tussen de verschillende patronen door vind je af en toe een ‘Little Tutorial’ (bijv. voor het maken van piping of paper piecing), waar naar verwezen wordt vanuit verschillende patronen. Alle patronen staan in willekeurige volgorde in het boek, dus niet alle etuis of kinderspeeltjes bij elkaar. Ik vind dat fijn, want ik blader graag heen en weer in zo’n boek. De inhoud voor in het boek geeft wel alle 50 patronen op 2 bladzijden, dus je kunt ook heel gericht zoeken.


Mijn ervaring
Uit het boek heb ik de Pixie Basket en de Window Zippered Pouch gemaakt. Beide beschrijvingen zijn
duidelijk, gemakkelijk met foto’s en tekst. De Pixie Basket gaat uit van 10” squares, dus als je die nog hebt liggen, is dit een prima projectje om ze te gebruiken. Een paar jaar geleden had ik al de e-reader-cover gemaakt, die ook in het boek staat. Dat patroon heb ik inmiddels al meerdere keren gemaakt. Het is een erg fijn patroon, gemakkelijk aan te passen en ideaal om een test-lap in te gebruiken. Ik had destijds net een tumblerlineaal gekocht en een mini-charmpack van Lotta Jansdotter liggen. Leuk om op die manier mijn tumbler test te kunnen gebruiken. De meeste patronen lenen zich prima voor een eigen draai/creativiteit. In mijn ogen is dit boek een ideale aanvulling op mijn bibliotheek. Ik ga het vast nog vaker gebruiken.

 

50 LITTLE GIFTS – compiled by Susanne Woods – ISBN 978-1-940655-33-8 – 144 bladzijden – Engelstalig

Kingfisher Quilt Bee

geschreven door Madelon (@maddie_sews)

Sinds januari 2018 komen leden van de DutchMQG regio West, eerst als Bee Zonder Naam en nu als Kingfisher Quilt Bee, om de twee maanden bij elkaar in Den Haag om een avond samen te beeën.

Het is heerlijk om helemaal ‘los’ van workshop of instructie gezamenlijk te werken aan een eigen project. Een absolute aanrader. Eigenlijk is elke bee-avond een grote kennis- en inspiratiebijeenkomst omdat iedereen aan iets anders werkt en je daar in de loop van tijd veel over opsteekt. We bespreken werkwijzen, bekijken kleurcombi’s, werken diverse ‘tops & flops’ door en moedigen elkaar aan waar gewenst (of niet gewenst).

Bijzonder spannend is de onthulling van de doorgeschoven Round Robin blokken. Wie zin heeft kan een startblok meenemen en meedoen aan het ontwerpen en maken van deze kettingquilts. De bedoeling is dat iedereen een blok (of een blok met al toevoegingen) van een ander meeneemt en daar thuis mee aan de slag gaat. Op een gegeven moment vind je je quilttop af of heeft iedereen er aan gewerkt en haal je hem uit de roulatie en maak je hem zelf af. Heel spannend en super uitdagend omdat je dus aan andervrouws quilt werkt zonder dat je weet of dat wat jij toevoegt wel in de smaak gaat vallen. En dat levert zulke leuke resultaten op! Iedereen doet erg z’n best om gave, grappige en out-of-the-box aanvullingen te doen.

Deel uitmaken van een bee is bijzonder laagdrempelig. Je benadert wat gelijkgestemden  kiest een locatie en frequentie en besluit of je wel of juist geen slingers op wilt hangen! Eigenlijk is de eerste stap de lastigste, en die doe je op het forum. En ja, natuurlijk moeten we iedere keer weer allemaal haasten, de gezelligheid, de uitbreiding van je quilty vriendenkring, het delen en het verrijken van je kennis, wegen daar ruimschoots tegen op.

Met #kingfisherquiltbee  en #kingfisherroundrobins  kun je meer van de resultaten zien op Instagram. 

De volgende bee staat gepland op 20 november. Wil je ook komen, reageer dan hier!

Wil je elders een lokale bee starten? Het delen van dat idee op het forum hier is een goed begin. Hoe specifieker, hoe beter… (idee voor een locatie? frequentie? grootte van de groep?)

Tijd voor de eerste DutchMQG swap!

Nu alle blokjes voor de charity-quilt af zijn, wordt het tijd voor iets nieuws.  En omdat we deze twee maanden het thema “ansichtkaarten” hebben, leek een eerste DutchMQG -swap een goed idee.

Een ansichtkaart is een miniquiltje, toch? Een klein projectje waarin je vanalles kunt uitproberen.  Wie doet er mee?

Oké, een paar regels, we houden het simpel:

  • je ansichtkaart- quiltje moet vlak (zonder te vouwen dus) in een envelop passen (formaat van de envelop mag je zelf bepalen).
  • het moet modern zijn.
  • er worden een aantal vragen over je voorkeuren gesteld in het aanmeldformulier, als maker gebruik je minimaal één van de antwoorden van degene waarvoor jij maakt als inspiratie voor je kaartje.
  • je ansichtkaart-quiltje moet uiterlijk 31 oktober verstuurd worden.
  • deel op de dag dat je het verstuurd een fotootje van een detail op het forum / via instagram met #DutchMQGpostcardswap 
  • laat weten als je een kaartje ontvangen hebt op het forum (bij het thema van deze maand) of via instagram.

Dus… wie doet er mee?

Als je mee wilt doen, vul dan uiterlijk 8 oktober dit formulier * in. Je krijgt dan op 9 oktober de gegevens van jouw partner toegestuurd.

Vragen? Stel ze hieronder (of via info@dutchmqg.nl).

*  als de link niet werkt kopieer dan deze link en plak deze in het zoekvenster van je browser: https://goo.gl/forms/6mlSyD2k9G14wAK63

Een DutchMQG-lid stelt zich voor: Françoise

Handwerken is voor mij iets dat onlosmakelijk verbonden is met het dagelijks leven. Zo lang ik me kan herinneren ben ik bezig met naald en draad. Hierbij moet je denken aan breien, haken, borduren, naaien en patchwork/quilten. Als zesjarige breide ik een sjaal voor mijn beer, ik zie me nog zitten op de bank  met restjes garen. Als negenjarige haakte ik mijn eerste kledingstuk en als tienjarige naaide ik samen met mijn moeder een patchworkkleed met vierkantjes die we kochten bij Laura Ashley. Ondertussen borduurde ik etc. etc. Als tiener breide ik heel wat truien tijdens de les op school (dat ging verveling tegen). Mijn moeder was handwerkjuf en materiaal en voorbeelden waren er dus voldoende in huis. Je kon altijd aan de slag. Als je op zondag bedacht dat de barbies nieuwe kleding nodig hadden, dan kon dat
ook meteen.

Detail: New York Beauty, 2001

Op een gegeven moment raakte mijn moeder geïnteresseerd in quilts: in 1992 bezochten we samen de Quilt Expo in het Congrescentrum in Den Haag en rond die tijd werd ze ook lid van het Quiltersgilde. Ik las Quiltnieuws altijd als ik thuis kwam en werd in 1994 ook lid. In die tijd was ik een allesvreter wat handwerken betreft, maar merkte al snel dat patchwork het leukste was: een patroon werd meteen eigen omdat je eigen stof kon kiezen en makkelijk kon afwijken van het gegeven patroon. Iets wat me niet lukte bij die gebreide trui of het borduurwerk.

In 1996 was er een vacature voor redacteur van Quiltnieuws, het verenigingsblad van het Quiltersgilde.  Dat leek me leuk, al was ik enigszins terughoudend gezien het hoge grijsgehalte dat ik altijd zag op regiodagen. (iedere bezoeker buiten mijzelf was minstens van mijn oma’s leeftijd, niet eens die van mijn  moeder…). Maar er waren nog meer twintigers die dezelfde gedachten hadden en met een jong team heb ik vijf jaar met veel plezier dit blad vorm gegeven. Daar ligt meteen ook de kiem voor de enorme hoeveelheid kennis die ik heb opgedaan. We ontdekten en beschreven technieken, maakten voorbeelden, reisden vele tentoonstellingen af en ik legde veel contacten.

Detail: Mysterie Bloemenpracht, 2007, veel wiskunde

Naast een full-time baan was quilten dus dagelijks in mijn bestaan aanwezig. Er was nog geen sprake van e-mailen met elkaar: alles ging per telefoon of fax. Drukproeven kwamen per post binnen. En door al die contacten, nieuwe vriendschappen en inmiddels een andere baan, kwamen er de kriebels om van patchwork en quilten ook werk te maken. Dat resulteerde in een winkel in ’s-Hertogenbosch. Een winkel vol frisse stoffen, bruin, beige en ecru waren nauwelijks te vinden. Klassieke patronen werden omgezet naar eigentijdse ontwerpen en nog steeds hoor ik vriendinnen zeggen dat het “typische Françoise kleuren” zijn.

Tussen 2005 en 2012 ontwierp ik elke jaar een grote mysterie quilt. Fantastisch om al die verschillende eindresultaten te zien. Elke deelnemer had zijn eigen stoffenpakket, zelf of samen vastgesteld. De pakketten waarbij iedereen hetzelfde maakt…daar krijg ik de kriebels van.

Detail: Mysterie Patch Parade, 2010

In 2012 sloot ik de winkeldeuren. In die jaren heel veel stoffen in handen gehad, heel veel mensen leren quilten, zowel met de hand als de machine en altijd mijn keuze voor heldere, frisse kleuren trouw gebleven. Er kwam toen ruimte voor de publicatie van een boek, samen met Maaike Bakker: A paper-pieced Garden: in alle quilts zie je paper piecen in combinatie met applicaties. Wat een werk is het schrijven van een boek, maar ook wat een voldoening…

Detail: Rondedans, 2012, restverwerking

En toen het quilten weer hobby werd, kwam er ook weer ruimte voor haken en breien en door alle ontwikkelingen van social media en mijn eigen ontwikkeling, kwam ook hier ruimte voor het zelf ontwerpen en het aanpassen van patronen.
Het quilten moet dus een beetje plaats maken voor andere zaken: er zijn nog steeds te weinig uren in een dag om alles te doen wat ik zou willen doen. Met moeite heb ik tijd om eens rustig achter de naaimachine te zitten: het zijn wat gestolen momenten en dat schiet niet op voor enige productie.

work in progress, 2018

Terwijl ik dit typ, zie ik schuin achter mij de blokjes liggen voor de charity quilt, ik hoop dat ik er daar nog iets meer van kan maken voordat de deadline er is…niet alleen een schaarste aan tijd, maar ook een vervelende blessure aan mijn rechterarm noodzaken mij om zeer beperkt te handwerken/computeren en met mijn mobiel aan de slag te zijn. Eigen schuld: teveel gedaan van hetzelfde… De lapjes blijven dus altijd trekken, ontwerpen altijd met een schuin oog naar het verleden. Moderne quilts vind ik zeer inspirerend, met name het kleurgebruik vind ik een verademing. Het ontwerpen verdient nog wat verdieping, maar dat gaat zeker komen.

Françoise Maarse

Quiltboek van de maand – september

geschreven door Inghelhoe 

September lijkt me een goede maand voor een patronenboek. Het is tijd om afscheid te nemen van de zomer en te bedenken welke quilt je de komende maanden absoluut wilt maken. Dit boek geeft genoeg inspiratie.


MODERN QUILT PERSPECTIVES,  12 patterns for meaningful quilts – Thomas Knauer

Eén van de eerste quilts, die ik van Thomas Knauer zag, was In Defense Of Handmade. Een kleurrijke quilt met tekst en een streepjescode. Zoals al eerder hier verteld: ik heb een grote fascinatie voor tekst in een quilt of foto. De maker, Thomas Knauer, houdt ook van woorden en dat zie je terug in deze quilt, bovendien geeft hij je iets om over na te denken. In dit geval het plezier en voorrecht om iets zelf te maken, tijd door te brengen met mooie materialen. Een andere quilt in het boek, Ampersand, gaat ook over woorden en verhalen. staat voor ‘En toen…’: het is een I spy-quilt, maar dan met een twist. Ik heb die quilt gemaakt voor een jongedame, die graag leest en schrijft. Ik heb de blokjes een inch kleiner gemaakt, prints en low volume gebruikt, maar het is toch echt dit patroon.

Thomas Knauer geeft met dit boek inspiratie en laat zien dat quilten vandaag de dag springlevend is. Hij geeft een moderne reflectie op onze tijd. Mocht je meer over hem willen lezen, dan kan dat op zijn site: ThomasKnauerSews.com. Daar lees je hoe zijn ongeneeslijke ziekte hem dwong te stoppen met het lesgeven op de universiteit en hem tot het quilten bracht.


Opbouw van het boek
Het boek begint met een voorwoord van Victoria Findlay Wolfe en geeft daarna een korte uitleg over materialen, naaigerei en technieken. Daarna volgen 4 hoofdstukken, met als onderwerp: Gesprekken, Identiteit, Maatschappelijke Betrokkenheid en Quilttraditie. In elk hoofdstuk staan 3 quilts passend bij het thema uitgewerkt met verschillende technieken. Meestal zijn de quilts opgebouwd uit blokken, maar niet altijd. Het zijn in ieder geval niet de traditionele blokken. Wel traditionele technieken, waaronder applicatie en reverse appliqué. Knauers werk is over het algemeen scrappy, nog een aspect, wat mij
aanspreekt. Scrappy, maar wel afgewogen of overdacht. Elk hoofdstuk begint met het verhaal, waarde inspiratie voor die quilt begon. Daarna volgt het patroon met snij- en naaiaanwijzingen. Heldere, duidelijke tekst met mooie foto’s en vooral ook de aansporing om iets zo te maken dat het bij jou past, dat het jouw verhaal vertelt.


Mijn ervaring
Ik heb de Ampersand gemaakt. Ik heb er enorm van genoten om zo’n grote, scrappy quilt te maken. Tot dan toe maakte ik alleen kleine scrappy projecten, vooral omdat ik niet zo veel scraps had. Voor die quilt heb ik ook FQ’s, FE’s en stalen gebruikt. Zoals gebruikelijk heb ik met rechte lijnen gequilt, waarbij ik de Ampersand in low volume anders quiltte dan de scrappy achtergrond. De uitleg en toelichting op het patroon was eenvoudig te volgen. Op mijn wensenlijst staat nog You Are Here, ookscrappy en met X-en (lijkt op mijn geliefde +, toch?) en Half Square Triangles.

 

MODERN QUILT PERSPECTIVES – Thomas Knauer – ISBN 978-1-4402-3545-0 – 128 bladzijden –
Engelstalig

Een nieuw thema: ANSICHTKAARTEN

De afgelopen 2 maanden werd er gewerkt aan het thema PLUS en MIN. Een thema dat aanknopingspunt gaf om (opnieuw) met geliefde patronen aan de slag te gaan. En dat een aantal mensen inspireerde om zelf aan het ontwerpen en experimenteren te slaan. Kijk, daar houden we van:  voor elk wat wils.

Het zijn wel vooral plussen die worden gemaakt, weinig minnen… zegt dat iets over het optimisme van het gezelschap?  “Negative space” is in een aantal projecten dan weer wel aanwezig. Een meer symbolische min.

 

vlnr

Sugaridoo, Hilda de Wit, Merel

Marly Rylaars, Zeeuwse Krab, Texheks

Zeeuwse Krab (detail), Texheks, MarPie

 

 

 

 

 

Degenen die de #dutchmqgthemavandemaand op Instagram een beetje hebben gevolgd zullen hier iets missen… de bijdragen van onze “queen of plusses” herself: Inghelhoe. Zij heeft in deze twee maanden zoveel leuke plusjes geproduceerd dat ze een eigen collage verdiend heeft!

Op het forum vind je ook nog foto’s van plusquilts die leden al eerder maakten. Laat je inspireren!

Voor september en oktober hebben we een heel ander soort thema: ANSICHTKAARTEN. Hopelijk biedt dat opnieuw heel verschillende aanknopingspunten voor kleine (of misschien ook grote) projecten en voor het uitwisselen van ideeën. Kijk op de ledenpagina voor het inspiratievel.

Een DutchMQG-lid stelt zich voor: Marly

The first patchwork quilt I ever touched I had made myself.

Mijn naam is Marilyn Rijlaarsdam, op Social Media bekend als Marly Rylaars. Ik ben 71 jaar en woon in Rijswijk. Van beroep was ik ooit onderwijzeres, maar sinds ik in 1975 naar Nederland kwam tot afgelopen april, ben ik werkzaam geweest als taaltrainer Engels. Dat betekende hoofdzakelijk coachen op het gebied van vergaderen, brieven, presentaties etc.

Handwerk is mijn hele leven mijn hobby geweest: ik kon breien toen ik 4 was, borduren toen ik 6 was, en naaide mijn eerste kledingstuk toen ik 10 was. Later heb ik haken, spinnen, weven (op een raam) en zelfs kantklossen geleerd.

Ik groeide op in een familie zonder patchwork. Patchwork hoorde niet bij ons! Er waren een paar wholecloth quilts, ooit door mijn moeder gemaakt voor haar uitzet maar, terwijl ik wél met haar leren vingerhoed heb gespeeld, heb ik haar nooit zien quilten.

De eerste patchwork quilt die ik in mijn handen had, had ik zelf net gemaakt. Ik had natuurlijk foto’s gezien, dus wist ongeveer wat het moest worden. Maar, meer wist ik niet; het was een kwestie van zoeken en ervaren. Ook vragen aan de assistente bij het Leids Textiel Centrum waar ik voor de vulling ging, en, op haar advies, ook de nodige snijmat, liniaal en rolmes kocht. De aanleiding hiervoor? Mijn toen zeven maanden zwangere dochter had mij gevraagd om een quiltje te maken voor haar baby. Ik kon kleren naaien, dus waarom niet een quilt? Twee maanden zou lang genoeg zijn. Ik had een werk-project toen in Rotterdam en wist een modestoffenzaak op de Coolsingel te vinden; binnen een maand (augustus 2005) waren een paar honderd vierkante blokjes van 7 cm gesneden, in lange slierten genaaid, en de slierten aan elkaar. Passende punten? Dat zou zoeken zijn; alle banen zijn recht, maar onderling niet. Ik heb het in jaren niet gezien maar ik denk dat er geen één echt net “kruispunt” is.

Volgens het tweedehands “Handboek Quilten” (Cantecleer) gevonden bij De Slegte (eveneens op de Coolsingel) werd het quiltje van backing en vulling voorzien. Ik had op Internet gezien dat er op de naaimachine gequilt kon worden, dus begon gewoon met mijn universele voet een diagonale baan over de vierkantjes te naaien. Toen merkte ik als eerst het nadeel van niet accuraat de puntjes naaien – kiezen tussen diagonaal door de niet passende puntjes of diagonaal over de hele quilt. Pas aan het einde van de naad zag ik hoe krom alles was gaan liggen, en hoe klein de steekjes waren! Het werd uithalen (wat een klus!) en met de hand quilten, “in the ditch”. Ik denk dat het arme kind vijf jaar oud was voor dat het af was! (Twee maanden!) Toen was het veel te klein! Ze heeft het nog, en gebruikt het als lap quilt nog steeds.

Mijn eerste quilt was dus meer vallen dan opstaan, toch had ik de smaak te pakken. Ik had zo veel al geleerd dat ik besloot voor mijn 65ste verjaardag een nieuwe machine, mét boven transport (die uit 1983 was een te oud model) aan te schaffen en quilting zou mijn uitdaging voor de oude dag worden. Dus in 2012 schoof de Bernina Nova 900 naar de reservebank en de Bernina 440 QE maakte haar entrée. En het avontuur kon beginnen.

Na een paar maanden aanmodderen aan een quilttop, gemaakt van oude kleren en restjes van kledingstoffen, begon ik te quilten. Het werd niets, hoofdzakelijk door het ielig effect van het garen: Guttermann Polyester, wat ik voor het maken van kleding gebruikte. Toevallig zei ik er wat over op mijn werk en een collega vertelde dat er een speciale quiltwinkel in Den Haag was, ergens bij de Wassenaarseweg! “Daar kunnen ze je vast adviseren.” Een quiltwinkel? Daarvan had ik nóóit gehoord! Zo kwam ik bij Quilters Palet, en heb me daar ingeschreven voor de basis cursus die in september begon, onder leiding van Jobina de Boer. Daar heb ik héél veel geleerd, met weinig vallen maar vooral opstaan, en stijgen!  Bij Quilters Palet heb ik nog een aantal workshops gevolgd.

Tijdens de duur van de basis cursus al heb ik wat andere projecten gemaakt, onder meer deze 2.00 x 0.65 cm. dubbelzijdig quiltje, voor het raam in de voordeur.

inside

outside

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn eerste moderne quilt: vele kleuren, wit achtergrond. Wat een opluchting!

Jobina heeft tijdens de basis cursus het belang van labels benadrukt. Dat kwam nu goed uit, want nu weet ik dat ik in 2013 in tijdnood kwam tijdens het maken van een Divided 9-patch lap quilt (tutorial Missouri Star Quilt Company) voor de verjaardag van mijn man.

Ik kon een paar maanden niet naaien, doordat ik aan beide carpaal tunnels was geopereerd. De quilt moest natuurlijk geheim blijven, maar wij hadden toen ook een hittegolf, hij had een tropenrooster, en kon dus ieder moment na 13:00 en uur onverwacht ‘thuis komen, in plaats van om 16:30. Ik zat in korte broek op het balkon de binding met de hand vast te naaien, met de deur zowel van mijn kleding kast als van de slaapkamer open, klaar om alles op te rollen en erin te proppen. Ik ontdek vaak dat ik andere gebeurtenissen associeer met het handwerkproject waarmee ik toen bezig was. Daardoor zijn quilt labels een goede geheugensteun geworden.

Deze periode van zwakke en pijnlijke polsen was een periode van geen handwerk, geen gewoon toetsenbord gebruik, geen pen vasthouden (laat staan schrijven) en dus niet werken, maar gelukkig had ik een I-pad en de soft-touch keyboard was bedienbaar. Zo heb ik quiltblogs ontdekt; ik kon de hele dag advies van meer ervaren quilters opzuigen. Terwijl ik geen stof kon snijden, heb ik een FQ bundel gewonnen in een “giveaway” van Quiltmaker. QALs en Mystery quilts kwamen langs, en mijn handen jeukten! Ik besloot om met de mystery van Bonnie Hunter mee te doen en moest ervoor zelf een blog beginnen. Ik had nu een gemeenschap van quilters ontdekt, grotendeels in de VS weliswaar, maar een gemeenschap! De tijd van alleen aanmodderen was voorbij!

Ieder jaar doe ik mee aan de Rainbow Scrap Challenge, alhoewel ik het in het eerste jaar mijn “scrap” moest kopen, in de vorm van nieuwe fat quarters! Mijn voorkeur gaat nog altijd uit naar FQs, en hoe meer stoffen in een quilt hoe beter! Sommige jaren heb ik meegedaan met de RSC sampler, met instructies voor meerdere blokken per maand, maar ook mijn eigen blokken gemaakt in de kleur van de maand.

Twee jaar geleden ben ik aan mijn “Mondriaan quilt” begonnen. “Begonnen”, want het is een UFO geworden na het lezen van een onrustbarend  artikel over copyright in “Quiltnieuws” van het Quilters Gilde. Men vertelde daar dat het zonder toestemming reproduceren van andermans artistieke voorwerpen, in wat voor medium dan ook, een schending is van copyright. Niet alleen het precies kopiëren, maar ook het onmiskenbaar geïnspireerd zijn door een andere werk. Ik vind het moeilijk te geloven dat voor al die “Mondriaans” die in het Mondriaan Jaar (vorig jaar) als paddenstoelen uit de grond schoot toestemming is verleend. De copyright issue heb ik niet verder onderzocht en mijn “Red, Yellow and Blue” blijft in zijn doos.

Zonder Internet was ik nergens met mijn patchwork. Daar heb ik inspiratie gevonden in blogs:

Plus tafelloper, tutorial van Exuberant Color (Wanda Hansen),

 Modern Maples, idee gezien op verschilende blogs

Poinesettas, QAL van Spring Leaf Studios (Anne)

Voor mij is het sinds ik in 2012 mijn nieuwe machine kocht een reis die nog niet af is. Ik heb niets herhaald; ieder quilt is een nieuwe, met nieuwe uitdagingen. Het eerste quiltboek dat ik kocht (2013) was Lucie Summers’ “Quilt Improv” waaruit ik niets heb gemaakt, maar veel ideeën heb gehaald. Vorig jaar kocht ik “Quilting Modern” van Jacquie Gering en Katie Pedersen, en Sherri Lynn Woods’ “The Improv Handbook for Modern Quilters”.  In dit laatste vind je geen patronen, maar richtlijnen en advies voor het zelf uitvinden. Echt een uitdaging! Deze drie boeken zijn mijn favorieten uit mijn collectie dat nu 60 cm boekenkast in neemt. Uit die 60 cm heb ik veel van geleerd, maar weinig  gemaakt. Ik ben daar tevreden mee: ik heb geen schuldgevoel. Het zijn KIJKboeken en ze brengen me op ideeën.

Hier is mijn “Floating Squares” top, gemaakt naar aanleiding van Score 1 in “The Improv Handbook …”

 

Dit is niet mijn eigen idee, maar een oefening in “freeform cutting” en piecing. Er is geen patroon, maar ik heb wél limieten aan de vorm en afmetingen gesteld aan het begin van ieder blok, en aan de kleuren, hoewel dat niet meteen duidelijk is; er zijn steeds twee contrasterende kleuren en een “filler fabric” (eerst zand, dan donker groen, en later licht grijs).

De eerste blok ligt nu links boven en de tweede ernaast, maar de blokken kennen geen harde grenzen; mijn bedoeling was om ze zo veel mogelijk in elkaar over te laten vloeien. Dat was een uitdaging aangezien ze allemaal eindigden met een andere formaat en veel ”partial seams” waren nodig. De volgende keer maak ik de blokken tot een standaard maat zonder de “doorstroming” te beïnvloeden. Een tweede uitdaging was het bereiken van evenwicht in de layout, wat ik denk aardig gelukt is.

De hele oefening was bevrijdend met een gevoel van “het past niet? So what; máák het passend!”, en het ging ontzettend snel. Ik genoot van de vrijheid! Dit wacht nu op mijn uitwerking van Score Two, dat de backing stof gaat leveren, en dan quilten met uitwaaierende rechte lijnen.

De cirkel lijkt rond. Dit improv top lijkt veel op mijn eerste quilt van 5 cm vierkantjes: geen hoek past precies. Maar er ligt een wereldreis tussen: een reis in technieken maar ook in houding; een reis door de vragen wat moet, en wat mag. Het is een ontdekkingsreis.

 

Bon voyage!

 

 

 

 

Quiltboek van de maand – augustus

geschreven door Inghelhoe

Deze maand een techniekboek met een thema: Paper Piecing voor alfabet, cijfers en symbolen.

QUILT TALK – Sam Hunter

Toen ik nog veel fotografeerde, was ik altijd gefascineerd door woorden/tekst in een beeld. In dit boek zag ik dat ik het quilten ook kan combineren met letters. Het boek uit 2014 leert je allereerst hoe je letters, cijfers en symbolen met de paper piecing maakt. Vervolgens staan in het boek patronen voor twaalf verschillende projecten

Opbouw van het boek

Het boek behandelt eerst de techniek, heel basic met aandacht voor typografie, hoe is een letter opgebouwd, hoe verhoudt de ene letter zich ten opzichte van de andere, wat is een kapitaal, hoe gebruik je spaties, interpunctie, etc. Daarna komen stofkeuze en eigen ontwerp aan bod met ideeën in een fotogalerie.

Vervolgens vind je de twaalf projecten, die per thema zijn gegroepeerd: celebration, communication, inspiration en decoration. Er zijn patronen voor quilts (groot en klein), naaimachine cover, place mats en mandjes. Elk project heeft natuurlijk een boodschappenlijst voor de benodigdheden. De tweede stap is de uitleg over het printen van de letters/cijfers/symbolen. Bij het boek krijg je 2 grote, uitvouwbare vellen met alle letters/cijfers en symbolen erop. De bedoeling is dat je deze dan met behulp van een kopieerapparaat print op de gewenste grootte. Ik had liever de toegang tot een digitaal bestand gehad, wat thuis printen veel makkelijker had gemaakt. Maar…. Het is te doen met dat grote vel onder het kopieerapparaat. Logischerwijs maak je eerste de letters, dan de woorden en dan de rest van je project. Al deze stappen worden prima uitgelegd, met duidelijke tekeningen en foto’s.

Achterin het boek vind je nog een bijlage voor het maken van een tunnel (om je quilt op te hangen), en een diagonale naad in de bies. Verder kent het boek weinig toelichting op algemene quiltvaardigheden, en ik vind dat prima, want die vind je wel online of in al die andere boeken.  

Mijn ervaring

Het boek heb ik tot nu toe alleen gebruikt voor de letters en symbolen. Dat is ook vooral de bedoeling van de schrijfster, die middels dit boek anderen wil inspireren om woorden/tekst te gebruiken in eigen quiltontwerpen. Mijn toepassingen zijn geen hogere wiskunde of brillante spreuken: de namen van de quilteigenaressen en de naam van het quiltontwerp heb ik voor de achterkant van quilts gemaakt met behulp van dit boek. Ik maak vast nog wel eens een projectje uit dit boek, als de tijd rijp is. Ik zie dat er ook een e-boek-versie is…zou je dan de letters/cijfers/symbolen digitaal krijgen? Dat zou in dit geval heel handig kunnen zijn voor de thuis printende quilter…

QUILT TALK – Sam Hunter  – ISBN 978-1-60705-888-5  – 144 bladzijden – Engelstalig

Sam Hunter is online te vinden via https://huntersdesignstudio.com/  en op instagram via @huntersds

 

Warm he…

Het is me wat, zo’n zomer. Voor de een kan het zo niet lang genoeg duren, voor de ander mag het wel een graadje (of 10, of 15) minder…

Ik behoor tot de laatste groep. Sneeuw klinkt me nu echt geweldig in de oren. Maar goed. Rustig met een handwerkje in de schaduw (of binnen) is ook niet helemaal verkeerd. En dan de zolder op als het even kan…

Waar het over het algemeen heel aangenaam vertoeven is met deze temperaturen: in het museum! Vaak verkoelend en het levert je ook nog eens nieuwe ideeën op. En ik heb deze zomer al een aantal heel inspirerende tentoonstellingen bezocht. Ik dacht, laat ik die met jullie delen.

Anni Albers

In Düsseldorf is er momenteel in K20 een tentoonstelling van het werk van Anni Albers (1899-1994). Vooral weefkunst (ja echt kunst, bedoeld voor aan de muur om naar te kijken, al heeft ze daarnaast ook wel ontworpen voor andere toepassingen). Daarnaast experimenteerde ze ook met allerlei grafische technieken op papier. Het experiment en het proces stonden voor haar in alles voorop.  Ze werkte in eerste instantie in Duitsland, o.a. in de Bauhaus groep. Daarna verhuisde ze naar America en gaf daar les in Black Mountain. Als moderne quilter kun je je zeker laten inspireren door haar werk (ik zal vast niet de eerste zijn ;-0): de vlakverdeling, het gebruik van “negative space”, het kleurgebruik. Het zoeken is wel om het interessant te houden zonder de textuur die het weven toevoegt.

passend in het thema “PLUS en MIN”

In haar grafische werk zijn heel veel HST (half square triangles) terug te vinden, vaak in slechts 2 kleuren.

De tentoonstelling in Düsseldorf duurt nog tot 9 september, vind info hier. Daarna reist de tentoonstelling door naar Londen, Tate Modern, vind info hier.

Joseph Albers 

Een half uur verderop, in Essen, is er een tentoonstelling van Joseph Albers (ja, man van…) in Villa Hügel. Prachtige locatie op een berg, de oude villa van de familie Krupp. Joseph Albers was voornamelijk schilder, al heeft hij in zijn begintijd o.a. ook gewerkt met glas. Daarnaast was hij ook leraar, eerst in Duitsland, later ook in America. Zijn ambitie was vooral om mensen te leren ZIEN.  In zijn latere werk hield hij zich vooral bezig met vierkante kleurvlakken in allerlei combinaties. Als moderne quilter echt een mogelijkheid om je te verdiepen in kleur en kleurcombinaties. Helaas mochten er bij de tentoonstelling geen foto’s gemaakt worden. Gelukkig waren er wat ansichtkaartjes.

Info vind je hier.

Kunstenfestival in Watou

Els Lesage, detail van “Familiar”, 49 schilderijtjes van elk ongeveer 6 x 8 cm

Aangestoken door de foto’s en het enthousiasme van Nathalie (@sewfeelgood) bezocht ik het kunstenfestival in Watou, in het zuiden van België (bij Kortrijk). Helaas een niet zo verkoelende plek… we hadden zo’n beetje de heetste dag van het jaar uitgekozen voor dit bezoek. Maar wel zeker de moeite waard, zij het wat minder duidelijk als inspiratie voor de moderne quilter. Op verschillende locaties in het dorp (op loopafstand van elkaar) wordt heel divers werk gepresenteerd van nationale en internationale kunstenaars, jong en oud. Dit wordt gecombineerd met (Nederlandstalige) gedichten van diverse schrijvers. Het thema van dit jaar: “Het verlangen en de troost”.  Tot mijn favorieten behoorde het werk van Sheila Hicks (uiteraard), groots en monumentaal werk in textiel (zie ook foto bij start artikel). Maar het werk van de mij onbekende Els Lesage, klein en ontroerend was een ontdekking (zie hierboven).

Sheila Hicks

Informatie vind je hier.

Sean Scully

Wat dichter bij huis, bij de Pont in Tilburg, bezocht ik de tentoonstelling van de mij nog onbekende kunstenaar Sean Scully. Veelal abstracte schilderijen, al begon hij ooit figuratief en waren er hier ook een aantal schilderij en schetsen te zien naar aanleiding van foto’s van zijn zoontje. En ook het abstracte werk had verwijzingen naar landschappen. Grote, monumentale schilderijen, maar ook tekeningen in waskrijt en grafisch werk. Vlakken en dikke lijnen. Interessant door zijn combinaties van kleuren, door de veelsoortige begrenzingen van de vlakken (soms heel strak, dan weer overvloeiend in elkaar). Prachtig die peintuur (de textuur die je krijgt door de sporen van de kwast of ander schildergereedschap). Hoe dat te vertalen naar een quilt… waarschijnlijk in het quilten…

Sean Scully, “Doric Proteus” 2013, uit een serie gewijd aan Griekenland en de (Dorische) architectuur. O.a. de verhouding 2 : 3.

Deze tentoonstelling is nog te zien t/m 26 augustus. Info vind je hier.

Daarnaast bezocht ik de tentoonstelling van Jan Taminau in het Centraal Museum in Utrecht en Victor&Rolf in de Kunsthal in Rotterdam. Ook beiden de moeite waard, al had de eerste, onverwacht, mijn voorkeur.

Nog op het lijstje voor de komende tijd: 

  • Simply Scandinavian in het Textielmuseum in Tilburg. Info hier. (Zeeuwse krab bezocht deze al en vond ‘m de moeite waard)
  • Voor de draad ermee in het Gorcums Museum in Gorinchem. Info hier.
  • Hot glue – Bertjan Pot in Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam. Info hier.

Iemand nog tips voor verdere bezoeken? Zelf iets bezocht dat je inspireerde?

Maar goed, op maandag zijn de musea dicht, dus ik ga weer aan de slag met mijn plussen. En er liggen ook nog wat lapjes voor de charityquilt op me te wachten. Ik hoef me voorlopig niet te vervelen…