Keuzes… keuzes….

In de update meldden we het al even: Op 2 januari starten we met een echt DutchMQG BOM (Block of the Month)! WOEHOE! 

In dit blog lichten we al een tipje van de sluier op en geven we je wat tips. Welke kleuren? Welke stoffen? Welke maten? En maak je het patroon van elke maand of sla je soms een maandje over?

Je krijgt iedere maand een nieuw patroon van een blok, ontworpen door DutchMQG-leden.

Het jaar is verdeeld in 4 kwartalen, waarvoor drie blokpatronen zijn gemaakt. Het eerste blok van elk kwartaal moet goed te doen zijn, zelfs voor de beginnende quilter, en het laatste blok biedt wat meer uitdaging. Je krijgt dit blok (of variaties ervan) steeds in drie maten: 3”, 6” of 9”. 

Elke maand krijg je dus een blokpatroon met verschillende mogelijkheden. Maar dan….. 

Om je wat houvast te geven heeft Irene alvast verschillende mogelijke layouts bedacht. 

  • Een “gewone sampler” waarin je alle  9” blokken verwerkt, aangevuld met sashing en borders 
maat: 50 x 65 inch
  • Een aantal layouts in verschillende maten waarin je ook nog eens alle drie de maten blokken door elkaar kunt gaan gebruiken. Deze layouts komen als invulplaat op de site en je kunt de verschillende blokken erin puzzelen. Welke blokken je maakt, in welke maten en hoeveel van elk is dan aan jou. Of misschien maak je van een van de patronen wel 6 blokken in plaats van 1 of 2.
Een grote variant met veel verschillende blokken, maat: 48 x 60 inch
Een 15 x 24 inch kussen. Met een kleine border hier omheen past hierin mooi een 40 x 65 cm kussen. Deze layout heeft 12 blokjes, dus maak je elke maand 1 blok 
18 x 18 inch met 16 blokjes erin
 24 x 30 inch

De layouts geven je dus wat houvast. Afhankelijk van de layout en welke maat quilttop je wilt maken, kies je het aantal blokken. Welk blok je dan op welke plek doet, en hoeveel van welk ontwerp, dat is helemaal aan jou.

 

Welke kleuren? Welke stoffen?

De top wordt een bont geheel als je alle blokken maakt. Elke maand is er immers een ander blok van een andere ontwerper. 

Een keuze is om te gaan voor een rustige basis, met daarin blokken met accentkleuren en stoffen met patronen. Als je een neutrale basis kiest, bijvoorbeeld wit, grijs of low volume met weinig patroon, dan kun je in je blokken los gaan met kleur. 

Maar dan zijn er nog steeds veel mogelijkheden. We zetten er een aantal hier op een rij.

Top helemaal rustig

  • achtergrondstof: neutraal (dit kan wit zijn, maar bijvoorbeeld ook marineblauw, zwart of grijs)
  • accentstof: neutrale kleuren of een beperkt kleurenpalet (bijv. drie kleuren)
  • als je kleuren kiest die naast elkaar op de cirkel liggen dan is het effect het meest rustig. Kies je pasteltinten of ‘vuile’ kleuren dan blijft het ook rustiger.

Top rustig met accenten binnen een kleurfamilie

  • achtergrondstof: neutraal of low volume met weinig patroon
  • accentstof: beperkt kleurenpalet (bijv drie kleuren) 
  • Je kunt hier ook kleuren kiezen die in een driehoek op de kleurencirkel liggen of kleuren die naast elkaar liggen, maar dan de meer verzadigde (fellere) kleuren gebruiken. Als je een stof met een patroon gebruikt, kijk dan of daar dezelfde kleurcombinaties in voorkomen.

 

Top met een rustige achtergrond maar bont in de blokken (scrappy)

  • achtergrondstof: low volume
  • accentstof: deze keuze is ideaal voor scraps. Je kunt in elk blok andere scraps gebruiken. 
  • Wil je dat de blokken toch een geheel gaan vormen, kies dan voor elk blok in ieder geval een van de kleuren of stoffen hetzelfde. Of kies uit je scraps die stapel die binnen een kleurfamilie past.

 

Top lekker bont

  • achtergrondstof: een bonte basis: bijvoorbeeld effen stof maar dan een regenboogverloop over de quilt
  • accentstof: Alles wat je wilt kun je gebruiken
  • Als je wilt dat het ontwerp van de blokken toch goed zichtbaar blijft, let dan op dat je voor elk blok een licht, midden en donkere stof gebruikt. Dit kun je testen door je ogen bijna dicht te knijpen en dan te kijken naar de stoffen. Of je maakt een zwartwit foto (zie ook de blogpost over ombre).

Op 2 januari vind je het eerste patroon hier op de site. Hopelijk heb je tussen kerst en oud/nieuw tijd om alvast in je stofvoorraad op zoek te gaan naar een mooi stapeltje voor de BOM 2023!  Geniet ervan! 

En heb je al vragen, opmerkingen of vooral heel veel zin, dan horen we het graag. 😉

 

geschreven door Mique (en een beetje door Erica) met foto’s van Mique, Sanne en Erica en layouts door Irene 

Thema kussens maken

De thema’s van DutchMQG zijn uitdagingen. Zo probeer ik het in ieder geval te zien. Het is steeds weer even zoeken hoe je er invulling aan kunt geven. En ik heb niet iedere keer tijd (of, om eerlijk te zijn, zin) om er een hele quilt aan te wijden…

Toch doe ik graag mee, omdat ik het leuk vind om steeds weer wat anders te doen, te proberen en zo te leren. De miniquilt – uitdagingen van Curated Quilts zijn daar ook altijd heel goed voor trouwens. Strakker afgebakend dan de thema’s, dat wel. Miniquilts zijn ook een fijne manier om iets te proberen dat niet meteen groots hoeft te worden. Maar goed wat doe je daar dan vervolgens mee. Dus daarom: kussens. Mini-quilts maar dan opgevuld en knuffelbaar. Leuk om cadeau te geven (al moet ik toegeven dat ik er inmiddels ook best een stapeltje van heb liggen).

Het thema van dit kwartaal OMBRE van dit kwartaal ligt me eerlijk gezegd niet helemaal. Kies over het algemeen voor wat meer contrast, wat grafischer. Denk ik toch…al vind ik het ook wel lastig om “mijn stijl” te omschrijven. Maar goed daar gaat dit verhaal niet over.

OMBRE dus. Ik had nog een lapje (F8) liggen met een kleurovergang van geel naar blauw. Perfect voor dit thema en voor een kussen. Nu nog een plan. In Birmingham kocht ik bij sewmotion EPP-malletjes om, voor mij voor het eerst, echt in het rond te werken met EPP.  Met passen en meten passen de grote vormen precies in de F8… nog even goed nadenken over hoe je dan het beste ombre gevoel krijgt in een cirkel. In mijn eerste plan eindigde geel naast blauw. Uiteindelijk wilde ik het ombre effect juist aan twee kanten krijgen, met blauw en geel tegenover elkaar. Dat paste door de vorm om en om te leggen. En er bleef nog een fijn randje over, dat ik ook even aan elkaar moest puzzelen.

 

Ik wissel mijn kussenvullingen tussen verschillende kussens. Daarom vind ik het fijn om het makkelijk verwisselbaar te maken. Dat doe ik op verschillende manieren. Ik vind over het algemeen de zogenaamde “envelop” manier, waarbij je twee overlappende delen maakt aan de achterkant niet zo mooi. Dat gaat altijd een beetje open staan, zelfs met een grote overlap. Dit kussen kreeg daarom een rits aan de achterkant. Zo een die je zelf op maat kan maken. Met een zippertje in een andere kleur, gewoon omdat dat leuk is. En deze ritsen zijn wat betaalbaarder…

Ik naai de rits ook wel eens wat meer onzichtbaar in de zijnaad (tip: niet te korte rits… anders gaat dat kussen er toch echt niet zo makkelijk in, of weer uit) Of gebruik ik juist een sierrits die ik er heel opvallend op naai (als ik een passend kleurtje heb).

Of ik gebruik gekleurde camsnaps (met zo’n tang van Prym)…leuk om ze te laten passen bij de kleuren aan de voorkant. 4” / 10 cm ertussen is prima is mijn ervaring.  Zilveren drukkers gebruik ik ook wel eens, maar daar heb ik dan toch vaker ruzie mee.

Tijdens een workshop van Chris English in Birmingham liet hij zijn manier van achterkanten maken zien: hij gebruikt een overhemd, juist het deel met de knoopjes. Zo kan het kussen ook open… heel makkelijk en duurzaam ook nog. En je kunt zelfs twee verschillende overhemden gebruiken, voor een leuk effect. (al bleek ik toen toch een paar knoopjes opnieuw te moeten aannaaien).

Soms besteed ik extra aandacht aan de achterkant. Dan maak ik er ook een (wat eenvoudigere) quilt van, met batting en al. Geeft je kussen ook meer stevigheid. Ik gebruik voor de achterkant dan bijvoorbeeld de scraps van de voorkant. Eigenlijk wel veel leuker en mooier, maar soms wil je gewoon dat het af is, toch?

Maken jullie wel eens kussens? Hoe werken jullie ze af? Deel je tips en trucs hieronder.

Een terugblik op het derde kwartaal: XXX

geschreven door Sanne

In  kwartaal 3 van 2022 wilden we aansluiten bij een van de thema’s van de MQG en we kozen voor het thema Modern-X, door ons omgedoopt naar XXX. Elke maand daagden we jullie weer uit om ermee aan de slag te gaan door de challenge van de maand. 

Mede door de warme zomer en dat we eindelijk weer echt op vakantie konden was het wat rustiger met XXX blokken, maar toch hebben we verschillende mooie blokken en projecten voorbij zien komen. Sanne schreef een blog over het kussen dat ze maakte met een gratis blokpatroon van onze sponsor van dit kwartaal: Shannon Fraser Designs. Shannon stelde drie patronen naar keuze beschikbaar, eentje voor elke maand.

In juli konden we onder andere genieten van een mooie collage met inspiratie door Muriel die verschillende X-blokken deelde en er zelfs passende muziek bij plaatste in haar Instagram-stories. Een verdiende winnaar van de challenge. 

In augustus kregen we inspiratie van Erica en Mique die op “The festival of Quilts” waren in Birmingham inspiratie die ze opdeden, o.a. tijdens een lezing van Roderick Kiracofe. De winnaar van augustus was Janneke die aan de slag was gegaan met de huisjes die alle leden cadeau hebben gekregen bij de nieuwjaarswens aan het begin van 2022. 

De derde winnaar van het thema XXX voor de maand september was Kety die twee hele mooie blokken deelde van een quilt waar ze mee bezig is. Ontzettend gefeliciteerd alle drie met een prachtig patroon. Natuurlijk ook bedankt aan iedereen die inspiratie en mooie moderne blokken met ons heeft gedeeld in dit kwartaal. Bekijk #DutchMQGthemavanhetkwartaal om nog eens terug te kijken naar al het moois.

Kwartaal 4 met het thema Ombre is al onderweg, met weer een challenge en vast ook weer hele mooie projecten. Houd de website, de nieuwsbrief en social media in de gaten.

het X-blok van Kety

Thema van het kwartaal: Ombre

geschreven door Mique

Voor het thema van het vierde kwartaal werden we opnieuw geïnspireerd door een van de challenges van MQG. Dit keer is het OMBRE geworden, ook wel gradient of colorshift genoemd.

“Ombre is de menging van de ene kleurtint naar de andere, waarbij meestal tonen en tinten van licht naar donker worden verplaatst. Het is een populaire functie geworden voor haarkleuring, nail art en zelfs bakken, naast het gebruik ervan in huisdecoratie en grafisch ontwerp.” (wikipedia)

Voor een idee van ombre kleurverloop: denk aan de kleurstalen voor verf die je in de kluswinkels vindt. Als de kleuren nog zachter en gedempter zijn, dan wordt het ook Sombre genoemd.

Ombre effect

Het is dus een verloop van een kleur, van donker naar licht, waarbij je ook op een andere kleur kunt uitkomen. Hoe dat er op de kleurencirkel uitziet, zie je hierboven rechts. 

Vanuit de verzadigde (pure) kleur ontstaan

  • lichtere tinten door het mengen met wit (in het Engels heet dit tint)
  • donkerdere tinten door het mengen met zwart (in het Engels heet dat shade).
  • daartussen een tint die ontstaat uit mengen met grijs. Wij noemen dat een vuile tint (in het Engels heet dat tone).

Vanuit elk van deze tinten kan dan weer naar lichter of donkerder worden gemengd, zodat uiteindelijk een heel geleidelijke schaal van tinten ontstaat: het ombre effect.

Wat is het verschil met een regenboog aan kleuren?

In de regenboog zijn vooral pure kleuren te zien, die in de volgorde van regenboog (of de kleurencirkel liggen). Daar kun je natuurlijk ook een ombre regenboog van maken, door van de ene kleur naar de andere te gaan via allerlei schakeringen van die kleur naar de lichtste ervan en dan weer opbouwen naar de volgende kleur.

In stof

Er zijn stoffen die door een verfbad al een ombre effect hebben gekregen. Bijvoorbeeld de Ombre Bloom serie van V&co, of de Inferno serie van Giucy Giuce . Met die stoffen krijg je binnen een blok vanzelf een verloop.

Met solids kun je zelf een ombre effect maken. Voor een goed effect heb je al gauw meer dan 4 of 5 tinten nodig, anders zijn de overgangen van licht naar donker te groot.

Kan het ook met stof met een patroon?

Met stoffen met een patroon kun je ook een ombre effect maken als de kleur van het patroon niet meer de nadruk heeft dan de kleur van de stof (of andersom). 

Elke stof heeft dus een tint van dezelfde kleur of wat daar in de buurt komt.

Om te zien of de schakering goed is (dus een geleidelijke overgang) kun je een zwart-wit foto van je selectie maken, waardoor je de tint- en toonverschillen beter kunt zien. Dan zie je ook of het patroon meer opvalt dan de kleur.

Je kunt ook je ogen tot spleetjes knijpen en tussen je oogharen door kijken. Zie je genoeg verschil in licht en donker? 

Zie je bij de oranje stoffen dat er twee op een verkeerde plek in de volgorde liggen? Bij het dichtknijpen van je ogen, zie je dat de stof met de witte stippen veel lichter aandoet. Dat geldt ook voor de stof met de hondjes. Die worden dus een plekje opgeschoven.

Ik vond het bijzonder om op deze manier naar mijn stoffenvoorraad te kijken. Wat kan ik met al die blauwe stoffen? Ik kwam de stof met de handen tegen en gebruikte die als basis voor de selectie blauw-groen via lichtblauw. En dan een project zoeken om met deze stof wat te maken.

Zie voor inspiratie het Pinterestbord met veel plaatjes van ombre stof èn patronen met een ombre effect. Of kijk op instagram met #skyombrefabric naar projecten met ombre stoffen.

Heb jij de ombre lapjes al in huis? Heb je al eens wat gemaakt met dit effect? Of is het een nieuwe uitdaging voor je? We zijn heel benieuwd wat jullie gaan doen met dit thema! Deel je inspiratie , lapjes, experimenten en maaksels met ons via Pinterest, Instagram of met een mail naar info@dutchmqg.nl. 

 

 

 

P.s. Let op: als je eenmaal op deze manier aan het kijken bent, vind je overal voorbeelden van ombre kleurverlopen. Zelfs op je bord…. 

Inspiratie voor met de vrije hand doorquilten van je top

Tja, ik ben zo gewend aan de Engelse termen dat het som best wel zoeken is naar de juiste Nederlandse termen (top?). Ik heb de beginselen van het quilten, inclusief het doorstikken, dan wel van een Nederlandse geleerd (Irene van Sugaridoo), maar alle video’s waren in het Engels…

Wie eerder mijn blog heeft gelezen over mijn quiltverhaal, herinnert zich misschien dat ik ben begonnen met quilten met de eerste Sugaridoo Bernina QAL. De quilt werd ook mijn eerste oefening in free motion quilten. Ik wil altijd gelijk de moeilijkste dingen proberen, dus bij mij geen eerste quilt met rechte doorstiklijnen, nee gelijk het diepe in…

Voordat ik werkelijk aan het quilten begon, had ik Lori Kennedy Quilts ontdekt. Zij heeft zoveel leuke patroontjes en quilt hele verhalen. Op basis van deze twee bronnen bedacht ik de patronen voor mijn eerste quilt. Later volgde ik de 25 weken/dagen van free motion quilten van Lori. Echt een aanrader – leuke oefenlapjes maken. Één daarvan belandde in de ‘pouches’ voor Merel met de winterswap.

De eerste quilt werd tweezijdig en dat zorgde wel voor nog een extra uitdaging, omdat op sommige plaatsen de naadjes opstapelden en het verschil tussen de bulk en de platte enkele stof best groot was. Dus welke hoogte stel je dan je zwevende quiltvoetje af? Dat zorgde voor behoorlijk wat problemen, vooral veel draadbreuk. Pas bij mijn volgende quilt kocht ik zo’n springend voetje, en daarmee waren de problemen (gelukkig!) opgelost.

Mijn tweezijdige quilt heeft twee totaal verschillende patronen/ afbeeldingen, dus het quiltpatroon moest een doorlopend, ruimte vullend patroon zijn. Over de quilt heen maakte ik banen van quiltpatronen, die pasten bij het verhaal van de flamingo’s en de rijen van de QAL. Heerlijk om zo gelijk een heleboel verschillende patronen uit te proberen.

Ik merk dat bij elke quilt de vaardigheden verder vooruit gaan. Het oefenen met liniaal quilten deed ik op de vlaggen van een verjaardagsslinger bijvoorbeeld. Ook weer veel verschillende patronen. Ik was graag bij de #DutchMQGgettogether in Harderwijk geweest, maar ik was helaas ziek. Wel ben ik bij een Meet&Greet van Quiltersgilde geweest waar Esther Frenzel (van Ipatchandquilt) twee lessen gaf. Heel interessant. 

De snelheid van bewegen van mijn handen vind ik lastig afstemmen. Omdat ik dit online leerde, en er vaak versnelde filmpjes worden getoond, heb ik mezelf aangeleerd best snel met mijn handen te bewegen. Ik krijg wel redelijk regelmatige steken, maar heel precies te komen op een bepaald punt of over een eerder gequilte lijn blijft dan lastig. Na de live workshop denk ik dat ik maar eens moet oefenen in het langzamer quilten.

 

Mijn RoundRobin quilt wordt weer een soort staalkaart van verschillende patronen. Ook lastig van online leren is de schaal van de patronen. Ik denk dat ik behoorlijk priegelig bezig ben en dat het best wat ruimer mag, om daarmee de vulling de gelegenheid te geven wat op te bollen. Zo blijf ik mezelf ontwikkelen en dat vind ik één van de leuke dingen in deze hobby: zoveel moois te maken en zoveel nog te leren!

Bronnen van inspiratie zijn voor mij: Bethanne Nemesh, zij is werkelijk een kunstenaar! Fantastisch. Maar ook Leah Day, Lori Kennedy en ‘onze eigen’ Ipatchandquilt – Esther.

De maanden april, mei en juni zijn gereserveerd voor free motion quilten.

geschreven door Zeeuwse Krab (@ineszzboz)

Ha, heerlijk, ik hou ervan.

Mijn eerste poging om dit te leren was tijdens een eendaagse workshop in één van de quiltwinkels die Nederland rijk is. Dat ging best aardig, moet ik zeggen. 

Het waren een aantal delen helemaal gevuld met een all-over patroontje. Niks spectaculairs hoor. Een bladvorm meerdere keren stikken, meanderen met ronde lijnen, meanderen met meer rechte lijnen, een soort baksteenvorm en pebbles. Zelfs al op dit werkje, wat nu een kussen is geworden,  een patroontje bedacht: een aaneengesloten bladvorm. Die vond ik zo leuk én gemakkelijk om te doen dat ik deze later herhaald heb bij een quilt. Ook een erg leuke vorm om all-over te gebruiken maar dan natuurlijk veel groter dan bij het eerste proefje.

Het was duidelijk dat ik de smaak te pakken had en schreef me kort daarna in bij een meerdaagse cursus. Oh, wat was het leuk om drie hele dagen hiermee bezig te zijn. In een klein groepje oefenen, leren met en van elkaar. We kregen opdrachten mee die je thuis moest maken. Het was de bedoeling om meters te maken wat echt nodig is als je goed wil leren free motion te quilten. Veel geleerd over verschillende garens, naaldgebruik, instellen van machine en vrij borduurwerk, al of niet met gebruik van andere stoffen of organza. Op het laatst was het meer tekenen met de naaimachine. Bij deze cursus werd ook al duidelijk dat er grote verschillen zijn in hoe mensen hun creativiteit en persoonlijkheid gebruiken bij het quilten. De een héél vrij, de ander netjes en keurig. Ik heb nooit spijt van dit intensieve traject gehad.

We weten allemaal dat quilten, in welke vorm dan ook, bedoeld is voor het aaneen maken van de drie lagen die een quilt heeft. Dat kan lekker zen met de hand, kleine steekjes of big stitch. Dat kan in the ditch met misschien nog een kleine hoeveelheid extra om de quilt soepel te houden. Ik doe dat als ik een quilt wil om echt onder te slapen. 

Dat kan zeer intensief vullend, blok of open space, waardoor de quilt minder soepel is en misschien meer geschikt om aan de muur te hangen. Tegenwoordig kun je ook met rulers werken om te quilten alhoewel ik dat niet echt freemotion vind. Maar dat is mijn mening hoor, iemand anders kan daar anders over denken. Rulerwerk aanvullen met echte freemotion heeft dan mijn voorkeur. Het werk wordt er persoonlijker van en gedurfder.

Ik merk bij mezelf dat ik het steeds belangrijker vind om ook in het quilten een verhaal te vertellen. De quiltblokken zijn dan een basis en het quilten de puntjes op de i.

Zo wil ik jullie mijn idee laten zien voor het quilten van een driehoekenquilt. 

Ik heb deze quilt gemaakt tijdens een sew-a-long van Zen Chic in 2021, naar een patroon van haar hand. Mijn schoonzus wilde ook meedoen hieraan en zo is het gestart. Heerlijk uit de voorraad stoffen bij elkaar zoeken. Snijden, samen met mijn schoonzus, van heel veel driehoeken. Daarna op de designwall de beste lay-out vinden. Ik heb het patroon een beetje aangepast door iets toe te voegen en de quiltvorm te draaien. Het in elkaar stikken was zo gepiept. Ondertussen was ik al aan het nadenken over het quilten.

Ik maak meestal een foto van de quilt. Daarna druk ik die af en maak er een aantal kopieën van. Zo kan ik mijn ideeën over het quilten op de kopie tekenen zodat beter te zien is wat het effect van het idee is. Ik denk dan ook al na over het te gebruiken garen en de kleuren ervan want dat kan veel verschil maken. En ik kijk dan al naar de mogelijkheid van het doorlopend quilten zonder teveel te moeten aan- en afhechten. Ook niet helemaal onbelangrijk.

Hierbij twee uitprobeersels op de foto. Ik was er nog niet helemaal blij mee. 

Ineens kwam er een veel beter passend idee bij me op. Op dat moment had ik alleen een kopietje van het patroon bij de hand. Echt even uit de losse pols. En zo is het idee ontstaan van het verhaal van dit free motion quilt ontwerp.

De driehoeken symboliseren een koraalrif waar stukken afbreken, alsof ze losgeweekt worden en opstijgen naar het oppervlak. Het quilten gaat het verhaal vertellen.

De quilt ligt gesandwicht klaar, nu nog even er echt aan beginnen. Als het huidige project klaar is dan….

Ik ben zo benieuwd hoe het er uiteindelijk gaat uitzien. 

Expeditie MQG: Free motion quilting

Als lid heb je een inlog bij The Modern Quilt Guild in Amerika gekregen. Je hebt vast wel eens op de site gekeken, maar heb je er ook echt iets mee gedaan? Ik zal eerlijk bekennen dat ik er zelf ook niet altijd aan toekom. Daarom ga ik nu op onderzoek uit!

Over quilten uit de vrije hand, ons thema voor het tweede kwartaal, is heel veel informatie te vinden. Het was dan ook geen enkel probleem om een aantal leuke bronnen voor je bij elkaar te zetten. Ik heb voor een iets andere indeling gekozen dan normaal. 

Onze gezellige vereniging bestaat uit allerlei verschillende quilters. Sommige zijn experts in free motion quilten en hebben zelfs een longarm-naaimachine en anderen hebben het nog nooit geprobeerd of niet aangedurfd, dus het leek me dit keer leuk om voor ieder niveau wat resources te zoeken. Van simpel naar ingewikkeld. 

 

Free motion therapy 

Dit is een goede basisworkshop. Christa Watson begint met het bespreken van de materialen die je nodig hebt. De instellingen van de naaimachine komen langs en ze geeft veel tips. Daarna komen er 4 verschillende quiltpatronen langs die geschikt zijn voor beginners. Eerst wordt besproken hoe de patronen ontstaan en daarna is er nog een video van hoe dat eruitziet met de naaimachine. Natuurlijk komen er ook quilts voorbij waarin de patronen gebruikt zijn. Christa legt veel nadruk op het loslaten van perfectionisme en wat je kunt doen als het een beetje misgaat. 

 

 

Topographic spiral 

Een volgend patroon wat erg geschikt is, als je nog een beetje aan het oefenen bent (of omdat je hem leuk vindt natuurlijk) is de topographic spiral. In deze clip laat Christina Cameli zien hoe je deze kunt quilten. Heel handig om achtergrond op te vullen. De gegolfde lijnen kunnen je helpen kleine foutjes te verbergen en het is makkelijker te quilten omdat je telkens verschillende vormen maakt. 

Letters

Als je al een beetje gevoel hebt voor hoe je de quilt beweegt onder de naaimachine tijdens quilten uit de vrije hand, dan is deze techniek misschien een leuke volgende uitdaging. Jessica Skultety laat je zien hoe je je quilts kunt personaliseren met een naam of een zin. Een goede volgende stap als je het mij vraagt, omdat je al goed bekend bent met de vorm van de letters en hoe je ze moet schrijven. Toch is  het wel iets anders om ze ook leesbaar te kunnen maken op de naaimachine. Dit webinar is best lang om te bekijken, maar er zit veel goede informatie in. Ze vertelt niet alleen over de benodigdheden, maar gaat ook diep in op hoe je de letters aan elkaar verbindt, welke lastig zijn te quilten en hoe je verschillende lettertypen kunt quilten. Heel interessant. 

Inspiratie

Ben je op zoek naar wat inspiratie en wil je niet persé een uitleg erbij. Neem dan zeker een kijkje in de galerij. Daar staan heel veel prachtige voorbeelden van free motion quilten zoals deze. 

 

Shapes by Linda Hungerford, 2014

 

Neolithic by Jessica Levitt, 2015

 

Angela Walters 

Angela Walters is misschien wel een van de bekendste free motion quilters. Dit webinar beantwoordt vooral de vraag: hoe kan ik deze quilt quilten? En er komen heel veel prachtige quilts voorbij waar je veel inspiratie uit kunt halen. Verschillende edge to edge patronen, hoe je de achtergrond kunt opvullen, hoe je bepaalde vormen extra kunt benadrukken en ook hoe je met je quiltwerk nieuwe vormen kunt creëren naast het patchwork. Angela geeft goede tips en gaat aan het eind in de Q&A diep in op een aantal goede vragen die nuttig zijn voor beginners en voor gevorderden. 

Impracticality by Angela Walters of Kansas City MQG

 

Graffiti quilting

Hiervan zat ik echt even met mijn mond open van verbazing. Wauw, zoveel vormen en kleuren. Het doet me een beetje denken aan zentangle. Het ziet er heel ingewikkeld uit, maar Karlee Porter legt de techniek in dit webinar goed uit. Je ziet de hele opbouw waardoor het er eigenlijk best haalbaar uitziet en natuurlijk komen er verschillende voorbeelden langs. Ze heeft een boek geschreven over deze techniek. Dat heet ook graffiti quilting en als je geïnteresseerd bent, kijk dan zeker eens op haar instagram @karleeporterdesign waar ze allerlei video’s en uitleg deelt. 

 

Nydia Kehnle heeft de techniek toegepast in deze fantastische quilt. Ik geloof dat ik ook maar eens een poging ga wagen. Ik vind dit echt gaaf! 

 

Tessellation 3 by Nydia Kehnle, 2014

 

Ik hoop dat er iets voor je bijzit. Ik wens je veel quiltplezier en zet zeker een foto op het forum als je met het nieuwe thema aan de slag bent gegaan.

Of deel je foto op instagram met #dutchmqgthemavanhetkwartaal, dan maak je ook nog eens kans op een patroon naar keuze van @cedarmakerie

 

Alle afbeeldingen en ontwerpen zijn eigendom van © 2022 the Modern Quilt Guild. Alle rechten voorbehouden. Alleen voor eigen gebruik van leden.

Banaantjes en krullen

geschreven door Esther (@ipatchandquilt) 

We hebben allemaal wel prachtige voorbeelden gezien van free motion quilting. Misschien heb je zelfs het al eens geprobeerd zelf te doen, waarbij je uiteindelijke werk het ‘toch net niet’  was. De vormen zijn anders, de lijn is niet vloeiend, er zitten wiebelige stukjes in, de steken zijn te klein of juist te groot. Tja, veel van deze problemen zullen verdwijnen met veel oefenen, maar er zijn ook wat specifieke oefeningen die je kunt doen om gerichter naar je einddoel te komen. 

Vooral het quilten van krullen roept frustratie op, maar ik hoop je met deze tips lekker op weg te kunnen helpen. In deze tutorial werk ik langs een horizontale lijn zodat we wat houvast hebben.

Wat heeft het quilten van een krul te maken met Nederlands meest geliefde fruitsoort? Je eerste krulletjes zullen er waarschijnlijk meer uit zien als bananen. 

Vanaf de horizontale lijn willen we een krul inzetten, maar wat er vaak gebeurt is het volgende:

  • we volgen de lijn
  • we stoppen omdat we willen nadenken over hoe we de krul willen starten
  • we bewegen abrupt omhoog en wat naar achter
  • we stoppen en komen weer terug waar we vandaag kwamen

en tada… we hebben een banaan!

Ja, als je een banaan wilde quilten, dan heb je het nu super goed gedaan. Wilde je echter een krul maken, dan kun je wel de volgende tips gebruiken.

 

Tip 1

Als je stopt op een lijn en abrupt een andere richting uit gaat, dan lijkt dat op een ‘kruispunt’ . We willen echter dat de krul vloeiend wordt ingezet. We hebben dus niet een kruispunt nodig, maar een ‘uitvoegstrook’. Vanuit de horizontale lijn bewegen we langzaam omhoog in een bocht. Het is een vloeiende beweging zonder een stopmoment. De enige plek waar je wel mag stoppen is aan het einde van de krul.

Kijk maar eens naar deze korte video. 

Tip 2

Een banaan is krom, maar hij heeft geen spiraalvorm zoals een krul die wel heeft. De lengte van de spiraal is belangrijk. We moeten dus net even wat verder draaien om een kromme lijn in een krul te laten veranderen.

Wie van jullie herinnert zich nog de film ‘ The Karate Kid’ uit 1984 waarbij de jonge hoofdpersoon Daniel oefeningen krijgt van zijn karateleraar Miyagi?  Daniel moet Miyagi’s auto poetsen met de opdracht: “Wax on, wax off”. De ronde handbewegingen van de jongen laten de auto weer schitteren in de zon. De oefening van de karateleraar is eigenlijk een spiraalvorm. Bij het quilten van krullen maken we net zo’n ronde spiraalvormige handbewegingen!

Tip 3

Er zijn verschillende manieren om een krul ‘af te maken’. Probeer eens de volgende manieren uit, zal er vast eentje makkelijker gaan dan de andere. Oefen dan eerst deze makkelijke vorm en van daaruit ga je steeds een stapje moeilijker.

Opties:

  1. Volg de lijn van de krul precies terug (‘traveling’).
  2. Beweeg op een gelijke afstand terug langs je spiraal. Er blijft een beetje ruimte tussen het eerste stuk en het tweede stuk van de spiraal.
  3. Beweeg met een iets afwijkende bocht langs je spiraal en kom terug bij je beginpunt. De krul wordt nu dik-dun.

Hier zie je het voorgedaan in een video.

 

Kies je voor Optie C, dan kun je ook nog hier eens over nadenken.

  • Je kunt aan de buiten kant van de krul terug bewegen.
  • Je kunt aan de binnenkant van de krul terug bewegen.
  • Je kunt de krul doorsnijden door een beweging aan de binnenkant in te zetten en dan over de krul naar de buitenkant te bewegen.

Dat ziet er zo uit in de video.

 

Afhankelijk van je eerste stuk van de spiraal, kun je er zelf voor kiezen de ‘binnenbocht’ of de ‘buitenbocht’ te gebruiken. Je wisselt van aanpak als je spiraalvorm een beetje anders is dan je wilde. Is je eerste stuk wat te klein, dan beweeg je terug via de buitenkant. Is je eerste stuk wat te groot geworden, dan beweeg je langs de binnenkant terug. Aan het eindresultaat kun je verder niet zien welke variant je hebt gekozen. 

Kijk maar eens goed naar de verschillen in deze video. 

In deze video zie je hoe dit er allemaal uitziet als je het op een naaimachine doet. 

Als je krulletjes er steeds anders uitzien, omarm dat dan. Allerlei verschillende krullen maakt je werk levendig. Veel plezier met krullen quilten!

 

 

Oei… hoe quilt ik deze?!

Herken je dat?

Dat je vol goede moed begint aan een project. Je bent super geïnspireerd. Even shoppen in je voorraad, stukjes snijden en je gaat lekker aan het naaien. Het ene blok na het andere, je bent echt op dreef. Binnen no-time heb je een top in elkaar, maar dan…

Ik vind het vaak lastig om te kiezen hoe ik mijn quilt ga doorquilten. Er zijn zoveel opties. Rechte lijnen of free motion quilten. Met de hand of met de machine. Welk garen zal ik gebruiken? Hoe dik, welke kleur! Door al die keuzes raak ik in analysis paralysis en voor je het weet heb je een stapeltje tops die daar maar liggen te wachten tot je eindelijk die knoop gaat doorhakken. 

Ik ben niet de enige, want er is zelfs een term voor 😉 Het komt erop neer dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Er zijn teveel opties en je kunt geen beslissing nemen omdat je ze allemaal gaat afwegen op zoek naar de perfecte keuze. 

De beste quilt is er een die af is en waar je van kunt genieten toch? Dus vandaag wil ik een tip met je delen over hoe ik ervoor zorg dat ik niet te lang vast blijf hangen. Een leuke, kleine oefening, waar we ook tijdens de gettogether in Harderwijk mee aan de slag zijn gegaan. 

 

Start een quiltschetsboek!

Ik heb er al jaren een. Gewoon een klein schriftje naast mijn naaimachine, waar ik een aantal van mijn favoriete quiltpatronen snel in heb getekend ter inspiratie. Als ik het dan even niet weet blader ik daar doorheen en kies ik er een uit. Dat helpt omdat het aantal opties zo een stuk kleiner wordt!

Hoe begin je zo’n journal? 

Pak gewoon een schriftje en ga om je heen op zoek naar leuke patronen om erin te tekenen. Denk niet te moeilijk. Dit zijn een aantal plekken waar je kunt beginnen met zoeken: 

A. Vragenvuurtje

Weet je niet goed waar je moet beginnen of houdt die lege eerste bladzijde uit je mooiste notebook je tegen. Begin dan met deze opdracht. Lees de vraag en teken een schets van wat er het eerste in je opkomt. Niet nadenken, maar doen. 

  • maak een schets van het patroon dat je op je nieuwste quilt hebt gebruikt. 
  • maak een schets van een patroon dat je heel mooi vindt, maar nog niet hebt durven quilten.
  • maak een schets van een patroon met rondingen.
  • maak een schets van het patroon dat je als eerste geleerd hebt/wat als eerste in je opkomt. 
  • maak een schets van een patroon dat je hebt uitgehaald of waar je niet tevreden over was. 
  • maak een schets van een patroon wat je als opvulling/achtergrond kunt gebruiken

B. Bekijk de quilts die je al gemaakt hebt

Het is ook leuk om je in die patronen te verdiepen. Misschien kun je een figuur toevoegen, of een vorm aanpassen en zo nieuwe patronen creëren. Een van mijn favorieten is meanderen. Je kunt de grootte aanpassen aan je quilt, ik weet dat ik dat mooi en netjes kan en je kunt makkelijk uit hoeken bewegen als je jezelf vastzet. Maar ik vind het ook een beetje saai, dus pas ik het aan met kleine figuurtjes in het thema van de quilt. Ik maak bijvoorbeeld af en toe een bloem, een vlinder of een ster. En zo krijg je een leuk all-over patroon wat interessant is om naar te kijken. 

C. Zoek naar inspiratie in je quiltboeken

Deze spreekt denk ik voor zich, maar ook hier wil ik je vragen om goed te kijken. Misschien is de quilt niet jouw smaak, maar zie je er wel een leuk patroon in of een klein stukje ervan dat je kunt uitbreiden. Of misschien kom je op een idee omdat je het helemaal anders gedaan zou hebben. 

D. Kijk om je heen

Pak een wit papiertje en ga gewoon schetsen. Er zitten vast meer creatieve ideeën in je hoofd dan je verwacht. Welke vormen zie je, die je kunt omzetten tot een quiltpatroon. Het stofje van een kussen. De houtnerf op de vloer. Een mooie ronde vaas. Er is echt overal inspiratie om je heen. 

E. En natuurlijk het internet

Google, Pinterest, Facebook, Instagram. Allemaal bronnen waar je eindeloos door kunt scrollen, dus pas op. 

Je kunt natuurlijk ook een digitaal schetsboek maken op bijvoorbeeld Pinterest, maar bedenk waar je het snelst naar zou kijken als je op zoek bent naar een idee. En het is ook heel handig om het patroon al eens op pen en papier te oefenen zodat je weet hoe het in elkaar zit. Dat geeft je meer vertrouwen dat je het ook op de machine kunt. 

Twijfel je dan nog steeds?

Probeer het uit! Sanne had ook een leuke oefening bedacht voor de gettogether en dat bleek een hele geslaagde te zijn. Maak een foto van je quilt. Print die een aantal keer uit op A4 en ga er gewoon overheen tekenen met verschillende patronen en kleuren en kijk wat je er leuk uit vindt zien. 

Het lijkt zo simpel, maar het geeft je echt een goed beeld van het eindresultaat en je kunt ook makkelijker verschillende dingen testen zonder je ergens aan te verbinden. Ga er eens lekker voor zitten, gewoon schetsen en probeer echt je creativiteit te gebruiken en out of the box te denken. Zo ontstaan de beste ideeën. 

 

Je kunt natuurlijk ook altijd om hulp vragen! Plaats een foto van je quilt op het forum en wie weet met wat voor ideeën we samen kunnen komen. 

Ik ben benieuwd wat voor patronen er in jouw schetsboekje staan! En ik hoop dat dit je een beetje inspiratie en motivatie geeft om de eerste top van de stapel te halen en hem af te maken. En hoe vreselijk het ook is om steken uit te halen. Als het echt misgaat kun je altijd opnieuw beginnen.  

 

Better finished than perfect! 😉 



Het geheim van in elkaar grijpende patronen

geschreven door Cindy Vissering

Een aantal onder jullie suggereerde als inspiratie voor quilten vanuit architectuur voorbeelden van motieven in tegeltableaus, pleinen en randen. Ik kreeg afgelopen maand dit boek tweedehands in handen en ook al is het kwartaalthema architectuur voorbij, wil ik de inhoud graag met jullie delen, want dit boek leert je dat soort patronen zelf te creëren. Een boekbespreking:

Designing Tessellations – The secrets of Interlocking Patterns – door Jinny Beyer

Ik had al een keer een patroon van Jinny Beyer gemaakt en ben erg fan van de in elkaar grijpende vormen van M.C. Escher, dus ik begon met veel verwachting dit boek te lezen! Ongeveer de helft van het boek (de eerste 125 bladzijden)  gaat over symmetrie – en nu heb ik als architect best het één en ander geleerd, maar Jinny Beyer gaat hier wel heel diep op in. Om ruimte vullende patronen te maken (wat we willen voor een quilt 😉) zijn er talloze manieren om van één simpel blok fantastische patronen te maken. Jinny berekent dat één basisblok tot meer dan 500 verschillende patronen kan leiden. De leer van de symmetrie is de basis voor het ontwerpen van in elkaar grijpende patronen.

De basis 

Het basis blok waarop bewerkingen worden gemaakt, wordt een cel genoemd. De cel heeft een vorm zodat wanneer je er meerdere naast en onder elkaar legt er een vullend patroon ontstaat. Denk aan het betegelen van de vloer van je badkamer, daar wil je geen open ruimte tussen hebben. Het makkelijkste is een vierkant of een rechthoek, maar gelijkzijdige driehoeken of zeshoeken werken ook. In deze blog houd ik het bij voorbeelden van een vierkant. De eenheid die zo herhaalt kan worden wordt een tegel genoemd. Een tegel kan uit meerdere cellen bestaan – wanneer je een basis cel en een gespiegelde cel naast elkaar gebruikt bijvoorbeeld, vormen zij samen een tegel.

Zoals in het voorbeeld van de Portugese tegel: in licht blauw is de cel aangegeven. Deze cel is eerst gespiegeld (blauwe stippellijn) en vervolgens zijn deze twee samen rondom de hoek linksonder steeds 90 graden gedraaid tot het de tegel vormt.

Symmetrie

Bij symmetrie denken we vaak alleen aan een gespiegelde vorm. Maar in feite overal wanneer we eenzelfde cel op een bepaalde manier herhalen, draaien, spiegelen, flippen of verschuiven, dan is dit een manier om een symmetrie te creëren.

Jinny legt in haar boek haarfijn uit welke methoden er allemaal zijn met veel voorbeelden hoe verschillende motieven er mee te maken zijn. Ze laat naast voorbeelden uit de architectuur ook veel quilts zien, van haarzelf en van anderen uit haar bees. In die bees dagen de deelnemers elkaar uit om met dezelfde cel als basis compleet andere quilts te maken. Heel fascinerend.

Naast de vorm/ de lijnen in een cel kan een blok of patroon geheel anders ingekleurd worden zodat bepaalde vormen opvallen en het wordt weer een geheel andere quilt.

In elkaar grijpende vorm

Het geheim van in elkaar grijpende vormen is dat je aan de ene zijde van je basiscel (bijvoorbeeld een vierkant) een stuk uitsnijdt en dat aan een andere zijde weer terug geeft. Daardoor passen de stukken als een puzzel in elkaar. Hier komt dan het geleerde bij symmetrie aan de orde: dit geeft opties op welke manier en aan welke zijde het weggenomen stuk weer terug gegeven wordt. Het gaat hier te ver om alle varianten te bespreken, maar na de bewerking op één zijde gedaan te hebben, kun je op de andere zijdes een volgende bewerking doen. Dit is in feite hoe Escher aan zijn vormen kwam zoals de in elkaar grijpende Salamanders.

Reflectie

Jinny geeft bij de quiltvoorbeelden ook suggesties hoe de blokken in elkaar gezet zouden kunnen worden, maar ze kijkt daarbij naar één vorm en niet hoe ze te maken wanneer ze in elkaar grijpen. Bij sommige quilts is nog goed te zien hoe de naden lopen en die verschillen toch echt van haar suggesties. Dat is een beetje jammer.

Verder is het een fantastisch boek om te experimenteren met herhalende of in elkaar grijpende vormen. En het lijkt me een grappig idee om eens een workshop te faciliteren waarin iedereen na introductie van de mogelijkheden als uitdaging een eigen quilt ontwerpt op basis van één en dezelfde cel. Dat is redelijk eenvoudig te realiseren met plak- en knipwerk. 

Het patroon dat ik maakte van Jinny Beyer zijn de in elkaar grijpende katten, die ik tot een grote kat componeerde, zie hieronder.

 

Het boek is helaas niet meer nieuw verkrijgbaar, enkel als E-book. Jinny Beyer heeft hier op haar site een korte introductie staan.